VENNEN 2. MANS DE JONG

Vennen zijn kleine en grote plassen. Zij zijn ontstaan op een ondoorlaatbare bodem die uit leem, klei of oerbank bestaat. In de tijd blies de wind het zand uit deze laagten en werd het water zichtbaar. De meeste van deze vennen ontvangen hun water via regen. Weer andere vennen ontvangen hun water vanuit de ondergrond. Het z.g. kwel of in onze streek welwater genoemd. Regenwatervennen vallen in droge zomers dikwijls droog.
(1/3)
In de afgelopen 100 jaar heeft de mens veel vennen gevuld met zand waardoor zij al hun bewoners verloren. In vennen leefden toen veel plantjes en diertjes die nu heel erg zeldzaam zijn. Het gaat om bekende bruine en groene kikker. Als zeldzaamheden leven er heikikker en salamanders waarvan de vinpootsalamander de meest zeldzame is. Bijzonder is ook de aanwezigheid van een aantal libellen en juffers.
(2/3)
Bij het droogvallen van deze regenwatervennen komt er van de eitjes en jongen niets terecht waardoor deze soorten die specifiek op dit type vennen zijn aangewezen steeds zeldzamer worden. Op de Pannenhoef is men begin van de jaren negentig gestart met herstel van vennen en lage delen in het landschap, met o.a. de Flesch, het Lokkerven, de Kolk, de Bak en het Wildertven. Veel soorten planten en dieren kregen hierdoor een nieuw leefgebied.
(3/3)
Bron: TV Krant feed

Deel dit bericht

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Print
Email

Nu op de radio:

Bjorn Klok - Waarom Moest Jij Gaan

Laden...

Laden

Laden…